top of page

“Moet ik de doorstroomtoets oefenen?” wat je kind écht leert van al dat oefenmateriaal

16 okt
5 minuten om te lezen

Ik snap dat je na een zoekopdracht naar oefenen voor de doorstroomtoets denkt dat je iets moet regelen. Toch is wekenlang toetsopgaven maken niet hetzelfde als leren. Ik leg uit wat oefenen wel kan opleveren, wanneer het spanning geeft en wat je als ouder concreet met school kunt bespreken.


doorstroomtoets oefenen

Je googelt op ‘doorstroomtoets oefenen’ en krijgt oefenboeken, apps, trainingen en gratis werkbladen te zien. De hoeveelheid aanbod kan je het gevoel geven dat andere ouders hun kind voorbereiden en dat jij iets laat liggen. Maar wat leert je kind van al dat materiaal? En helpt het om de toetsuitslag hoger te maken, of vooral om de toetsvorm te herkennen?


Wat Cito zelf adviseert

Cito is hier duidelijk over: oefenen met toetsopgaven om een zo hoog mogelijk resultaat te halen, raadt de toetsaanbieder af. Zo’n training kan volgens Cito onnodige spanning veroorzaken en helpt een kind niet vanzelf aan een passend niveau in het voortgezet onderwijs. Een hoge score na veel oefenen geeft immers niet automatisch een compleet beeld van de vaardigheden die je kind in de klas en op langere termijn laat zien.


Dat betekent niet dat je kind helemaal niets mag zien voordat de toets begint. Cito adviseert leerlingen kennis te laten maken met een voorbeeldtoets, zodat ze weten hoe de vragen eruitzien en hoe de afname werkt. Dat is iets anders dan wekenlang oefenen op toetsvragen om de score te verhogen. Op de pagina met officiële voorbeeldmaterialen vind je papieren en digitale voorbeelden.


Een ouder zoekt vanuit huis op een laptop naar oefenmateriaal

Wat oefent je kind eigenlijk?

Bij toetsgericht oefenen raakt een kind vertrouwd met soorten vragen, de formulering en de opmaak. Dat kan helpen om sneller te begrijpen wat een vraag vraagt. Het is alleen niet hetzelfde als beter leren rekenen, teksten begrijpen of spelling toepassen.


Een score kan veranderen doordat een kind bepaalde vraagvormen vaker heeft gezien. Dat zegt op zichzelf nog niet dat de onderliggende vaardigheid in dezelfde mate is gegroeid. Cito benadrukt daarom dat de toets bedoeld is om te laten zien wat een leerling inhoudelijk kan, niet om te bewijzen dat die leerling een bepaalde toets goed kan maken.


Dat onderscheid is belangrijk. De doorstroomtoets meet lezen, rekenen en taalverzorging. Hij meet niet alles wat een kind kan en vertelt ook niet het hele verhaal over ontwikkeling, werkhouding of wat er in de klas lukt. Voor het schooladvies kijkt school naar een breder beeld. De toetsuitslag telt mee, maar staat niet los van wat de leerkracht door het jaar heen heeft gezien.

Wennen aan de toets kan wél helpen

Een korte kennismaking met de toetsvorm kan rust geven. Je kind ziet hoe de opgaven eruitzien, hoe de toets werkt en wat er van hem of haar wordt gevraagd. Dat voorkomt dat alles op de toetsdag nieuw is. Je hoeft de voorbeeldtoets daarvoor niet als een examen thuis af te nemen. Bekijk samen een paar vragen en praat over de aanpak: wat vraagt de vraag, waar kun je beginnen, en wat doe je als je het antwoord niet meteen weet?


Ook korte, laagdrempelige oefenmomenten kunnen helpen bij spanning, zolang ze gericht zijn op vertrouwd raken of op echte leerstof. Agarwal en collega’s (2014) vroegen ruim 1.400 leerlingen uit het voortgezet onderwijs naar hun ervaring met regelmatige, laagdrempelige quizjes in de les. 72 procent zei daardoor minder zenuwachtig te zijn voor toetsen. Dat onderzoek ging niet over Nederlandse groep 8-leerlingen of over commerciële oefentraining voor de doorstroomtoets. Het laat dus geen bewijs zien dat veel oefenen voor deze toets angst voorkomt. Het onderstreept wel dat oefenen en toetsen heel verschillend kunnen voelen, afhankelijk van de manier waarop ze worden ingezet.

Wanneer geeft doorstroomtoets oefenen extra druk?

Een kind merkt vaak snel wat volwassenen belangrijk vinden, ook als niemand het uitspreekt. Een oefenboek dat elke avond op tafel ligt, herhaalde vragen over scores of zichtbaar gespannen ouders kunnen de boodschap geven dat de toets een prestatie is waarop je kunt slagen of falen. Dan kan oefenen de toets groter maken dan nodig.


Let op signalen zoals buikpijn, slecht slapen, uitstelgedrag of blokkeren zodra het over de toets gaat. Zulke signalen betekenen niet automatisch dat je kind een probleem heeft met de leerstof. Bespreek ze rustig en maak de toets thuis niet tot een dagelijks onderwerp. De doorstroomtoets is geen examen waarvoor je kind kan zakken.


Een voorbeeldtoets bekijken is iets anders dan een oefenpakket afwerken. Houd de kennismaking kort en neutraal. Zeg bijvoorbeeld: “We kijken even hoe de vragen eruitzien, dan is dat straks minder nieuw.” Vermijd beloftes over een hogere score. Zo blijft het doel helder: vertrouwd raken met de vorm, niet een bepaald resultaat halen.

Een ouder en een kind zoeken samen naar uitleg bij het schoolwerk

Begin met een gesprek met school

Twijfel je of je kind genoeg voorbereid is? Of vraag je je af of de leerkracht goed zicht heeft op wat je kind kan? Begin dan met een gesprek. Je hoeft je verhaal niet te overdenken: vertel wat je ziet en waar je je zorgen over maakt. Meestal krijg je er meer terug dan je verwachtte.

Je kunt bijvoorbeeld vragen:

  • Welke vaardigheden ziet u als sterk bij mijn kind?

  • Waar merkt u dat mijn kind nog ondersteuning of uitleg nodig heeft?

  • Hoe passen de toetsresultaten bij wat u dit schooljaar in de klas ziet?

  • Wat betekent de doorstroomtoets voor het schooladvies?


Deze vragen helpen om van algemene ongerustheid naar concrete informatie te gaan. Misschien blijkt dat je kind vooral de vraagvorm nog niet kent. Dan kan kennismaken met een voorbeeldtoets voldoende zijn. Misschien ziet school een specifieke leerachterstand. Dan is gerichte ondersteuning op die vaardigheid zinvoller dan oefenen op toetsopgaven.


Een hogere toetsuitslag kan gevolgen hebben voor het schooladvies. School moet de uitslag meewegen en het advies naar boven bijstellen, behalve als de school motiveert dat een bijstelling niet in het belang van de leerling is. Vraag daarom hoe de toetsuitslag wordt besproken in samenhang met de ontwikkeling die school al langer ziet.

Twijfel je nog over het beeld van je kind?

Een gesprek met school geeft vaak veel duidelijkheid. Blijft er verschil tussen wat jij thuis ziet en wat school in de resultaten herkent, dan kan een onafhankelijke blik helpen. Met een didactisch onderzoek wordt in kaart gebracht wat je kind beheerst, waar het vastloopt en welke vervolgstap passend kan zijn. Dat geeft aanknopingspunten voor thuis en school, zonder dat de uitslag van één toets het hele verhaal bepaalt.


Ik bied onafhankelijk didactisch onderzoek en remedial teaching. De vraag is daarbij niet hoe we een toetsuitslag oppoetsen, maar wat je kind nodig heeft om de leerstof goed te begrijpen en te laten zien wat het kan.

Hoe nu verder?

Je hoeft niet eerst een oefenpakket te kopen. Vraag de leerkracht wat school al weet over de ontwikkeling van je kind en welke voorbereiding echt nodig is. De vraag die eronder ligt is niet: kan mijn kind de toets aan, maar: hoe kunnen school en ik samen zorgen dat mijn kind laat zien wat het kan? Bekijk eventueel samen een officiële voorbeeldtoets, praat rustig over spanning en oefen verder met leerstof als daar een concrete reden voor is. Zo houd je de aandacht bij leren en bij het kind, niet bij de hoeveelheid materiaal die online wordt aangeboden.


Opmerkingen


remedial teaching
bottom of page