top of page

Executieve functies: waarom 'ruim je kamer op' niet werkt

  • Niet lui, maar overprikkeld: Bevriezen bij een simpele opdracht komt vaak door een gebrek aan overzicht, niet door onwil.

  • De EF-mythe: Executieve functies zijn niet los te trainen met algemene spelletjes; bespaar jezelf de tijd en het geld voor dure methodes.

  • Leen jouw overzicht: Help je kind door taken in mini-stappen op te knippen en visuele steun te bieden die rust geeft in het hoofd.

  • Van kamer naar klas: Pas deze nuchtere aanpak direct toe op schoolwerk voor een kind dat eindelijk weer zelfverzekerd kan starten.


Ouder biedt structuur aan kind in een rommelige kamer om executieve functies te ondersteunen.

Je staat in de deuropening van de slaapkamer. Overal speelgoed, een halve wasmand op de grond, papier op het bureau. Jij zegt (voor de derde keer): “Ruim nu op.” Tien minuten later speelt je kind nog steeds met dat ene Legopoppetje midden in de rommel. Jij voelt de irritatie opkomen, je kind voelt de druk, en jullie zitten allebei vast.


Waarom “ruim je kamer op” zo vaak vastloopt

De opdracht is te groot en te vaag. Je kind moet in één keer:

  • zien wat er moet gebeuren (overzicht),

  • een plan maken (plannen & organiseren),

  • beginnen (taakinitiatie),

  • volhouden ondanks afleiding (aandacht vasthouden),

  • stoppen met iets leuks tussendoor (impulsremming),

  • en afronden (taakmonitoring).

Overweldigd kind bij een rommelige kamer door haperende executieve functies.

Reality check: executieve functies kun je niet trainen

Als je kind zo vastloopt, zoek je natuurlijk naar een oplossing. Je googelt naar trainingen om die vaardigheden te verbeteren en ziet dat ze zelfs op school worden aangeboden. Toch blijf ik daar heel nuchter in: executieve functies kun je niet trainen (Barkley, 2012; Diamond, 2013).


Methodes zoals Breinhelden, Cogmed en Beter bij de les halen in de praktijk vaak weinig uit, omdat het bewijs voor effecten buiten de oefensituatie, “ver-van-de-taak” effecten, zwak tot afwezig is (Melby-Lervåg et al., 2016; Sala & Gobet, 2019; Shipstead et al., 2012). Mijn methode is simpel: wat heeft dit kind morgen in de klas nodig, bij taal of rekenen? Niet nog een algemeen EF-werkboek, maar hulp die direct op de taak zit.


HIermee bedoel ik: concreet en proactief ondersteunen en compenseren. Jij leent jouw overzicht tijdelijk uit aan je kind, zodat starten en afronden weer lukt.

De kamer-opruimtruc die wél helpt (klein, concreet, visueel)

Hier pak je de winst. Niet met een preek, maar met één startbaar stukje. Eén mini-stap tegelijk, in zichtbare acties.

Probeer dit:

  • Stap 1 (30 seconden): “Gooi alle was in de wasmand.”

  • Stap 2 (2 minuten): “Zet alle boeken op je bureau.”

  • Stap 3 (2 minuten): “Doe alle Lego in deze bak.”

Zeg liever niet “ruim op”, maar benoem wat je letterlijk wilt zien gebeuren. Dat scheelt gedoe in het werkgeheugen en je kind pakt sneller een succesje mee.


Kind gebruikt een visueel stappenplan om een taak gestructureerd af te ronden.

Maak het visueel (en dus rustiger in het hoofd)

Ik merk dat veel kinderen pas kunnen doorpakken zodra het in beeld staat. Jij neemt op dat moment even de regie over: jij bewaart het overzicht en biedt de structuur die je kind zelf nog niet kan overzien. Denk aan:

  • een korte checklist met maximaal 3 stappen

  • vakjes om letterlijk af te vinken (geeft een succesgevoel!)

  • een vaste plek voor spullen met labels of een foto Dit geeft direct rust in het hoofd, voorkomt de eeuwige discussie en zorgt vaker voor een trotse: “oh ja, dit kan ik.”

Maak tijd tastbaar

Een visuele timer of kookwekker helpt bij een zwak tijdsbesef. Spreek af: 8 minuten opruimen, 2 minuten pauze. Kort en haalbaar, dan blijft het ook vol te houden.


Visuele timer op een opgeruimd bureau in een prikkelarme praktijkruimte.

Niet alleen in de slaapkamer: zo werkt het ook bij schoolwerk

In mijn prikkelarme praktijk kijk ik naar wat dit kind nodig heeft om vandaag wél te kunnen werken. De klik met het kind is leidend, want pas met veiligheid komt er ruimte om hulpmiddelen ook echt te gebruiken.


Concreet betekent dat vaak:

  • taken kleiner maken met een duidelijke eerste stap (taakinitiatie)

  • vaste routines voor beginnen en afronden

  • checklists en visuele steun die bij jouw kind passen

  • oefenen met precies dat wat misgaat: een vol werkblad, een lange instructie, een leestekst onder tijdsdruk, een dictee


Je kind hoeft niet “beter te worden in executieve functies”. Je kind moet vooral voelen: “ik weet wat de eerste stap is, dus ik kan beginnen”.

Hulp nodig bij de vertaalslag naar jouw kind?

Natuurlijk is het niet altijd makkelijk om rustig te blijven, zeker niet na een lange dag. Vertrouw er niet blindelings op dat één stappenplan alles oplost. Soms zit de vastloper dieper en dan is het fijn als iemand met je meekijkt.


Loop je hier thuis of op school steeds tegenaan? Neem gerust contact op voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek. Dan kijken we samen wat jouw kind nodig heeft, praktisch en haalbaar, met oog voor het echte schoolwerk.


Bronnen

  • Barkley, R. A. (2012). Executive Functions: What They Are, How They Work, and Why They Evolved. Guilford Press.

  • Diamond, A. (2013). Executive functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.

  • Melby-Lervåg, M., Redick, T. S., & Hulme, C. (2016). Working memory training does not improve performance on measures of intelligence or other measures of “far transfer”. Perspectives on Psychological Science, 11(4), 512–534.

  • Sala, G., & Gobet, F. (2019). Cognitive training does not enhance general cognition. Trends in Cognitive Sciences, 23(1), 9–20.

  • Shipstead, Z., Redick, T. S., & Engle, R. W. (2012). Is working memory training effective? Psychological Bulletin, 138(4), 628–654.

Opmerkingen


remedial teaching
bottom of page