top of page

Executieve functies 'trainen'? Waarom dat een fabeltje is (en hoe je jouw kind wél echt ondersteunt)

  • Ouders proberen vaak alles om executieve functies te verbeteren, van apps tot hersenspelletjes.

  • Onderzoek (Melby-Lervåg & Hulme) laat zien dat ‘breintraining’ vooral helpt bij het spelletje zelf, niet bij schooltaken.

  • De transfer naar vaardigheden als lezen en rekenen is in de praktijk minimaal tot afwezig.

  • Jouw kind is veel meer geholpen met slimme ondersteuning: rust, duidelijke stappen en externe structuur die aansluit bij school.


Executieve functies 'trainen'? Waarom dat een fabeltje is (en hoe je jouw kind wél echt ondersteunt)

Je kijkt naar je kind dat voor de derde keer deze middag naar de keuken loopt, vergeet wat het daar kwam doen, en gefrustreerd terugkeert naar een bureau vol onafgemaakt huiswerk. Je hebt al die apps gedownload die beloven het werkgeheugen te vergroten en je hebt uren besteed aan 'breintrainingsspelletjes' omdat je hoorde dat dit de executieve functies zou verbeteren. Toch zie je in de praktijk geen enkel verschil: de tas wordt nog steeds vergeten, de planning is een chaos en de impulsiviteit blijft even groot. Je vraagt je af wat je verkeerd doet en waarom al die inspanningen niet leiden tot betere resultaten op school.


Het is een frustratie die ik vaak hoor. Als ouder wil je niets liever dan je kind de tools geven om succesvol te zijn. De term 'executieve functies' vliegt je tegenwoordig om de oren in onderwijsland. Het zijn de regelfuncties van ons brein: planning, werkgeheugen, impulsbeheersing en cognitieve flexibiliteit. Wanneer een kind hier moeite mee heeft, is de reflex vaak om te zoeken naar een manier om deze functies te 'trainen', alsof het een spier is die je sterker kunt maken in de sportschool. De commerciële markt springt hier handig op in met kleurrijke programma’s die beloven dat je de executieve functies verbeteren kunt bij een kind door middel van digitale oefeningen.


Ik moet je echter uit een droom helpen, hoe pijnlijk dat ook is. De wetenschap is er namelijk vrij helder over: het direct trainen van deze functies in de hoop dat ze in het dagelijks leven beter gaan werken, is grotendeels een fabeltje.

Het probleem met de 'transfer'

De reden waarom veel van deze trainingen niet werken, heeft te maken met een gebrek aan 'transfer'. In de psychologie betekent transfer dat je een vaardigheid die je in de ene context leert, kunt toepassen in een andere context. Meta-analyses van Melby-Lervåg en Hulme (die resultaten van veel studies bij elkaar nemen) laten zien dat effecten van werkgeheugen- en andere cognitieve oefeningen meestal ‘taakspecifiek’ blijven. Kinderen die intensief oefenen met bijvoorbeeld cijferreeksen of een spel waarin je steeds meer prikkels moet onthouden, worden daar inderdaad beter in. Soms indrukwekkend snel ook.


Alleen blijft die winst bijna altijd hangen in precies die oefentaak. Het kind onthoudt meer cijfers in dat ene spel, maar onthoudt niet opeens wél de instructie van de leerkracht, of alle tussenstapjes bij een lastige som. De overdracht naar schoolse vaardigheden zoals lezen en rekenen is nagenoeg afwezig. Onderzoek van Adele Diamond naar executieve functies past ook bij dit beeld: executieve functies hangen sterk samen met schools functioneren, maar je ziet ze niet zomaar “meeveranderen” door een losse oefen-app. Je krijgt vooral resultaat wanneer je inzet op rijke, betekenisvolle context en praktische ondersteuning die het dagelijks handelen echt helpt.


Meisje geconcentreerd aan een bureau met houten blokken ter illustratie van executieve functies verbeteren bij een kind.

Executieve functies verbeteren kind: een loze belofte?

Wanneer mensen praten over het 'verbeteren' van executieve functies, suggereren ze vaak dat het brein permanent veranderd kan worden zodat de ondersteuning later niet meer nodig is. Dit is een gevaarlijke aanname. Voor veel kinderen is een zwakkere executieve functie simpelweg onderdeel van hun neurologische blauwdruk. Dit zie je vaak bij kinderen met ADHD, autisme of een specifieke leeruitdaging, maar ook bij kinderen die zich in een normale ontwikkeling bevinden maar wiens prefrontale cortex (het deel van het brein waar deze functies zitten) simpelweg nog niet rijp is.


In plaats van te vechten tegen de biologie van het kind, is het veel effectiever om te kijken naar ondersteuning en begeleiding. Bij mij draait het niet om het 'repareren' van de functies zelf, maar om het aanleren van strategieën om ermee om te gaan. Dit is het cruciale verschil tussen verbeteren en ondersteunen. We gaan de beperking niet 'wegtrainen', maar we bouwen er een steiger omheen zodat het kind toch kan bouwen aan zijn schoolsucces.

Nederlandse EF-methodes: populair, maar vaak een dwaalweg

Programma’s en materialen zoals Breinhelden, Beter bij de les, Cogmed (wereldwijd bekend en van oorsprong vaker ingezet in een medische context, bijvoorbeeld bij mensen met hersenletsel of bij herstel na chemotherapie) en allerlei EF-toolkits zijn de afgelopen jaren razendsnel populair geworden in scholen. Begrijpelijk, want ze geven taal aan gedrag (plannen, starten, volhouden, remmen) en ze voelen praktisch: je hebt eindelijk iets in handen.


Alleen zit daar een ongemakkelijke waarheid onder. Deze methodes zijn relatief nieuw en hebben hun plek in het onderwijs gevonden zonder stevige wetenschappelijke fundering voor het effect dat vaak wordt beloofd. In de praktijk blijken het vaak dwaalwegen: ze kosten veel tijd en energie van leerkrachten en ouders, én ze kosten leerlingen zelf bakken met energie, energie die ze veel beter kunnen besteden aan ondersteuning die hun leerproces wél helpt en waar ze wél resultaat van zien. Het klakkeloos overnemen van dit soort medische interventies naar het reguliere onderwijs, met als doel executieve functies te ‘trainen’, is extra kostbaar. Leerlingen hebben meestal didactische ondersteuning en structuur nodig. Het is zonde van hun tijd en motivatie.


Veel van deze aanpakken blijven hangen in het idee dat je de functie zelf “sterker” maakt in een gecontroleerde setting. Je kind kan dan best vooruitgaan in precies dat materiaal of die oefening, maar het gedrag op school, de chaos in het hoofd, het vergeten, het niet starten, verandert daarmee meestal niet structureel.


Mijn aanpak staat daar lijnrecht tegenover: ik focus niet op loze ‘trainingen’, maar op concrete compensatiestrategieën en externe structuur. Niet harder oefenen tot het lukt, maar slimmer organiseren zodat je kind wél mee kan doen, ook op dagen dat het hoofd vol zit.


Een kind dat in een drukke klas individueel vastloopt, heeft op dat moment vaak meer aan een navigatiesysteem dan aan sterkere hersenspieren. Die hersenspieren kunnen best bestaan, maar ze werken niet altijd mee onder tijdsdruk, lawaai, sociale prikkels en een volle dag.


Dat navigatiesysteem ziet er in de praktijk bijvoorbeeld zo uit:

  • Een vaste start-routine voor een taak, zodat ‘beginnen’ niet elke keer opnieuw uitgevonden hoeft te worden.

  • Stappenplannen die op tafel liggen, niet in het hoofd van je kind hoeven te zitten.

  • Checklists voor tas, huiswerk en materialen, zodat vergeten minder kans krijgt.

  • Slimme prikkelreductie en een heldere werkplek, zodat aandacht niet voortdurend weglekt.

  • Tijd zichtbaar maken (Time Timer, kleine blokjes tijd), zodat je kind niet hoeft te gokken.


Dat is geen lagere lat, juist niet. Het is een realistische route naar zelfstandigheid. Je kind leert: “Zó kom ik op mijn bestemming,” ook wanneer de interne regie even hapert. Dat geeft rust, succeservaringen en uiteindelijk meer ruimte om te leren.

De omgeving als extern brein

Als een kind intern de structuur mist, moeten we die extern aanbieden. Denk aan een bril voor iemand die slecht ziet. De bril 'traint' de ogen niet om beter te gaan zien; de bril compenseert het gebrek aan zicht zodat de persoon weer kan functioneren. Zo werkt het ook met executieve functies.


In mijn professionele praktijk, een rustige en prikkelarme omgeving die volledig is ingericht op diverse leerbehoeften, werken we aan deze externe structuur. Dit doen we niet door abstracte spelletjes, maar door direct aan de slag te gaan met het schoolwerk. Persoonlijke leerbegeleiding op de basisschool betekent dat we kijken naar waar het proces spaak loopt.

  • Visuele ondersteuning: In plaats van te onthouden wat er in de tas moet, maken we samen een checklist met picto’s of tekst die aan de binnenkant van de kast hangt.

  • Vaste routines: Door handelingen altijd in dezelfde volgorde uit te voeren, hoeft het werkgeheugen minder hard te werken. Het wordt een automatisme.

  • Tijdsbewustzijn: Kinderen met zwakke executieve functies hebben vaak een slecht besef van tijd. Het gebruik van een Time Timer of een visuele klok helpt hen om de abstracte term 'kwartier' tastbaar te maken.

Georganiseerde papieren planner en bril bieden externe structuur voor persoonlijke leerbegeleiding op de basisschool.

Praktische strategieën die wél werken

Natuurlijk is het niet altijd makkelijk om je aanpak te veranderen, zeker niet als je al veel hebt geïnvesteerd in andere methodes. Maar de winst zit in de kleine, praktische aanpassingen. In mijn werk als remedial teacher in het basisonderwijs zie ik dat kinderen opbloeien wanneer de druk van het 'moeten kunnen plannen' wordt weggenomen en wordt vervangen door een systeem dat hen simpelweg vertelt wat de volgende stap is.


Origami is ook een mooi voorbeeld, maar niet omdat het een soort ‘breintraining’ zou zijn. Origami is vooral een oefening in het volgen van een stappenplan. Je kind leert om informatie te filteren en in de juiste volgorde te zetten, precies de vaardigheden die in de klas zo vaak misgaan.

Dat kun je heel concreet maken door het samen hardop uit elkaar te trekken:

  • Tekst: wat staat er letterlijk, wat is de opdracht?

  • Plaatje: wat zie je op de tekening, waar moeten de hoeken en randen straks zitten?

  • Handeling: wat doe je nu met je handen, en wat komt pas in de volgende stap?

Leg daarbij steeds de nadruk op de volgorde: eerst stap 1 afmaken, pas daarna door naar stap 2. Dat geeft rust en voorkomt dat je kind op de automatische piloot gaat gokken.


Ik schreef hier eerder ook een aparte blog over.


Andere effectieve interventies zijn:

  • Externaliseer informatie: Schrijf alles op. Vertrouw er niet blindelings op dat je kind een mondelinge instructie onthoudt. Gebruik een whiteboard in de gang of een gezamenlijke digitale agenda.

  • Breek taken af: Een opdracht als 'ruim je kamer op' of 'leer je topografie' is veel te groot voor een kind met planningsproblemen. Verdeel het in ministapjes: 1. Leg alle boeken op de plank. 2. Doe alle kleding in de wasmand.

  • Zorg voor fysieke orde: Een rommelig bureau zorgt voor een rommelig hoofd. In mijn praktijkruimte bij Bij Juf Jessica zorg ik voor een lege tafel met alleen de materialen die op dat moment nodig zijn. Dit vermindert de noodzaak voor het brein om prikkels te negeren (inhibitie).

De rol van slaap en welzijn

We mogen niet vergeten dat de effectiviteit van de executieve functies ook sterk afhangt van de fysieke staat van het kind. Een vermoeid brein presteert simpelweg slechter op het gebied van impulsbeheersing en concentratie. Zoals ik eerder uitlegde in mijn blog over waarom slaap de sleutel is tot schoolsucces, is een goede nachtrust de meest basale vorm van ondersteuning die je kunt bieden. Zonder voldoende rust heeft geen enkele strategie zin, omdat het brein simpelweg niet de energie heeft om de aangeboden structuren te benutten.

Uitgerust kind in een rustige slaapkamer benadrukt het belang van slaap voor gezonde executieve functies bij kinderen.

Hoe ik jou en je kind kan begeleiden

Het begrijpen dat executieve functies niet simpelweg te 'trainen' zijn, kan een bevrijding zijn. Het haalt de druk van de ketel. Je kind is niet lui en jij bent niet tekortgeschoten; het brein heeft simpelweg een andere gebruiksaanwijzing nodig.


In mijn praktijk bied ik die specifieke begeleiding. Of het nu gaat om het voorbereiden op de overstap naar de middelbare school of het bieden van remedial teaching in het basisonderwijs voor kinderen die vastlopen bij spelling of rekenen, de executieve ondersteuning zit in alles verweven. We gaan niet urenlang cijfers onthouden op een scherm, maar we gaan kijken hoe we die spellingles zo kunnen inrichten dat jouw kind niet overspoeld raakt door de hoeveelheid informatie.


Het resultaat van deze aanpak is vaak veel groter dan welke breintraining dan ook. Het kind krijgt weer zelfvertrouwen omdat taken wél lukken. Er ontstaan minder conflicten over huiswerk omdat de verwachtingen aansluiten bij wat het kind op dat moment (met ondersteuning) aankan.


Merk je dat je vastloopt in de strijd tegen de chaos in het hoofd van je kind? Heb je het gevoel dat je kind meer in zijn mars heeft, maar dat het er door plannings- of concentratieproblemen niet uitkomt? Ik kijk graag met je mee hoe we de omgeving en de leerstrategieën kunnen aanpassen om jouw kind weer te laten stralen in de klas.


Je kunt altijd contact met me opnemen voor een kennismaking in mijn praktijk, waar we samen een plan maken dat gebaseerd is op wat écht werkt. Laten we stoppen met trainen en beginnen met ondersteunen. Neem gerust een kijkje op mijn blogpagina voor meer inzichten over effectief leren en opvoeden. Stel je vraag via de website of plan een afspraak in; ik help je graag verder.


Bronvermelding


  • Melby-Lervåg & Hulme: Hun meta-analyses over de beperkte transfer van breintraining.

  • Adele Diamond: Expert op het gebied van EF-ontwikkeling in relatie tot school.


Meer leestips:


Opmerkingen


remedial teaching
bottom of page