Pesten: spelregels & het handige kaarten-overzicht
- jessicadeen83
- 22 feb
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 23 feb
In deze vertel ik:
Het doel van het spel (zo snel mogelijk je kaarten kwijtraken)
Starten met 7 kaarten en de basisopstelling
Duidelijke spelregels per beurt
De speciale kaarten: 2 (pakken), 7 (blijft kleven), 8 (wacht), boer (kleur kiezen), aas (richting omdraaien) en joker (5 pakken)
Samen huisregels afspreken, zodat er minder discussie is tijdens het spel
Als extraatje van Bij Juf Jessica: een pedagogische tip over omgaan met tegenslag

Je zit in de trein naar oma, op de camping of in een vakantiehuisje terwijl het regent. Het pak kaarten ligt op tafel en binnen twee minuten gaat het al mis: “Moet ik nu 2 pakken?”, “Mag een boer altijd?”, “Wie is er na die aas?” Jij wilt gewoon een gezellig spel, zonder eindeloze discussies over wat ‘nou echt’ de regel is.
Hier vind je de officiële spelregels van het kaartspel Pesten. Helder, compleet en fijn om erbij te pakken.
Waarom Pesten ideaal is voor onderweg
Pesten is compact, snel en verslavend leuk. Een potje duurt tien minuten, je hebt alleen een pak kaarten nodig en het werkt met elk aantal spelers. Perfect voor onderweg, wachtkamers of regendagen.
En stiekem? Dit spel traint de hersenen meer dan je denkt. Kinderen moeten constant vooruitdenken, keuzes maken onder tijdsdruk en onthouden welke kaarten al gespeeld zijn. Concentratie en strategie verpakt in een gezellig kaartspel.

1. Het doel
Je doel is simpel: raak als eerste al je kaarten kwijt. Natuurlijk is het niet altijd makkelijk, want de speciale kaarten kunnen het spel in één beurt volledig omgooien.
2. Basisopstelling (starten met 7 kaarten)
Dit leg je klaar:
1 standaard kaartspel (met jokers, als jullie daarmee spelen)
Pen en papier is niet nodig, dit spel is lekker laagdrempelig
Zo start je:
Schud de kaarten.
Iedere speler krijgt 7 kaarten.
Leg de rest van de kaarten gesloten in het midden als trekstapel.
Draai 1 kaart open naast de trekstapel. Dit is de aflegstapel.
De speler links van de deler begint, daarna speel je met de klok mee, tenzij een aas de richting omdraait.
3. Spelverloop per beurt
Op je beurt doe je dit:
Je legt 1 kaart op de aflegstapel die past op:
Kun je niet leggen? Dan pak je 1 kaart van de trekstapel.
Als de gepakte kaart meteen past, mag je hem direct spelen. Past hij niet, dan eindigt je beurt.
Vertrouw er niet blindelings op dat iedereen “het wel weet”. Spreek vooraf even af welke speciale kaarten jullie gebruiken en hoe, dat scheelt gedoe.
4. Speciale kaarten (de officiële pestkaarten)
Hier zit de fun, en de frustratie. Dit zijn de kaarten die het spel sturen.
1) 2 (pakken)
Leg jij een 2, dan moet de volgende speler 2 kaarten pakken.
Heeft die speler ook een 2? Dan mag die die erop leggen, en dan gaat het pakken door naar de volgende speler (de stapel wordt groter).
2) 7 (blijft kleven)
Leg jij een 7, dan ben jij nog een keer aan de beurt.
Je mag direct nog een kaart spelen die past. Kun je niets spelen, dan pak je 1 kaart.
3) 8 (wacht)
Leg jij een 8, dan moet de volgende speler een beurt overslaan.
Daarna gaat het spel door naar de speler daarna.
4) Boer (kleur kiezen)
Leg jij een boer, dan kies jij een kleur (harten, ruiten, klaveren of schoppen).
De volgende speler moet verder spelen in die kleur.
5) Aas (richting omdraaien)
Leg jij een aas, dan draait de speelrichting om.
Speelden jullie met de klok mee, dan wordt het tegen de klok in, en andersom.
6) Joker (5 pakken)
Leg jij een joker, dan moet de volgende speler 5 kaarten pakken.
Daarna gaat het spel verder, zoals jullie vooraf hebben afgesproken (bijvoorbeeld of je na een joker ook een kleur mag kiezen, dat valt vaak onder huisregels).
5. Huisregels afspreken (voorkom discussies)
Begrijpelijk, maar het is precies hier waar Pesten bij veel gezinnen ontspoort: iedereen heeft “thuis” andere regels geleerd. Spreek dus vóórdat je begint kort huisregels af.
Handige huisregels om samen te kiezen:
Spelen jullie met jokers of zonder?
Mag je een 2 op een 2 stapelen (en hoe lang mag dat doorgaan)?
Wat gebeurt er precies na een joker? (Alleen 5 pakken, of ook een kleur kiezen?)
Wel of niet met ‘laatste kaart’ roepen of kloppen? En wat is de straf als je het vergeet?
Mag je eindigen met een pestkaart, of niet? (Veel gezinnen spreken af van niet, om het eerlijk te houden.)
Dit korte overleg is al winst. Je oefent meteen met luisteren, je grens aangeven en samen tot een afspraak komen.
Printversie voor op de vakantietafel
Zeker weten dat je alle discussies voorkomt? En wil je deze spelregels en het overzicht makkelijk kunnen neerleggen tijdens het spelen?
Print dan dit handige overzicht en leg het gewoon naast de trekstapel.
Download de printversie hier
6. Bij Juf Jessica extraatje: omgaan met tegenslag
Pesten kan heerlijk zijn, maar soms is het ook gewoon balen. Zeker als je net lekker op weg was en je moet ineens 5 kaarten pakken. Natuurlijk kan dat frustratie geven.
Maak daar een oefenmoment van, zonder het zwaar te maken:
Benoem het gevoel kort: “Balen hè, je had bijna nog maar twee kaarten.”
Koppel het aan sportiviteit: “In spelletjes hoort pech erbij. We oefenen nu hoe je sportief blijft.”
Geef een concrete strategie: even diep ademhalen, kaarten pakken, en dan: “Oké, nieuwe ronde, nieuwe kans.”
Complimenteer het gedrag, niet de winst: “Ik zag dat je rustig bleef, knap.”
En dat huisregels-afspreken van net? Dat is echt een top-oefening in overleggen en grenzen aangeven. Precies de vaardigheden waar kinderen later in de klas en op het schoolplein ook veel aan hebben.
Opmerkingen